Historie van de Sint Janskerk De gotische Sint Janskerk (ook wel de ‘Sint Jan van Maastricht’ genoemd) ligt gebroederlijk naast de Servaasbasiliek op het markante Vrijthof in Maastricht en was oorspronkelijk bedoeld als parochiekerk voor het Kapittel van Sint Servaas, zodat de basiliek als bedevaartsplek ontlast werd. De rode toren is een markant punt in de skyline van Maastricht. De Sint Janskerk, (vernoemd naar Johannes de Doper) is gebouwd voor het Kapittel van Sint Servaas. Na een periode als zelfstandige parochiekerk werd hij in december 1633 eigendom van de toen opgerichte Nederduits Hervormde Kerk. Dit als gevolg van de verovering van Maastricht op de Spanjaarden in 1632, door de troepen van de Zeven Verenigde Nederlanden, onder bevel van Prins Frederik Hendrik. In de reeds veroverde gebieden waren alle katholieke kerken inmiddels protestant geworden na het invoeren van deze nieuwe staatskerk. In Maastricht werden, na overleg tussen de Prins-Bisschop van Luik, de Hertog van Brabant en de Prins van Oranje, in eerste instantie, kleine kapellen aan de protestanten toegewezen. De kerken bleven katholiek, wat landelijk gezien een uitzondering was. In 1633 waren deze kapellen echter te klein geworden en na nieuw overleg kregen de protestanten twee kerken, waaronder de Sint Jan. De eerste dienst vond plaats op 1 januari 1634. Een rondgang door de kerk toont aan, dat de eerste indruk, een vrij sobere ruimte, slechts schijn is. Historisch gezien bevat hij veel zaken, die de moeite van het bekijken waard zijn. Het schip en een eerste toren werden gebouwd rond 1200 in vroeg-gotische stijl. Op 8 juni 1373 verwoestte een wervelstorm de toren grotendeels. Op de bewaard gebleven onderbouw werd rond 1400 een nieuwe toren gebouwd. Daaruit is na een grondige restauratie door architect P.J.H. Cuypers in 1890 de huidige vorm overgeleverd. Ook de Sacristie, het Koor en de Doopkapel dateren uit de 14e eeuw. Bij een restauratie rond 1910 werden veel originele elementen herontdekt. De bouwstijl hiervan is laatgotisch. Als bouwmateriaal werd harde Naamse steen toegepast voor de onderkanten van de muren en de twee rijen zuilen, die de kerk in drie gedeelten verdelen. De gele steen is mergel. Dit werd reeds door de Romeinen als bouwmateriaal gebruikt en is afkomstig uit de rond de stad liggende mergelgroeven. Bij het binnenkomen valt op, dat men een trap ‘af’ moet om in de kerk te komen. De kerk is tegen een helling gebouwd, op een vrij smalle strook grond, tussen de St. Servaaskerk en de bebouwing aan de zuidzijde. Dit ruimtegebrek is de oorzaak van het plaatsen van, voor een gotische kerk ongebruikelijk, steunberen aan de binnenzijde. De zo ontstane nissen, normaal aan de buitenzijde, geven een meer ruimtelijk effect. De beide zijbeuken zijn om dezelfde reden slechts half zo breed als normaal. De toren van de Sint Janskerk In zijn huidige verschijningsvorm dateert de toren uit het midden van de vijftiende eeuw. Hij is bijna 80 m hoog. De binnenkant is versierd met vele ornamenten, waaruit de (bouw)historie is af te lezen.

De toren is tot de eerste omgang (43m.) te beklimmen. Er is vandaar een prachtig uitzicht op het Vrijthof, over de stad en haar omgeving. De lantaarn is wegens de zéér smalle trap niet voor publiek toegankelijk.

De rode kleur van de toren Mergel is een vrij zacht en poreus materiaal. Om het enigszins tegen weersinvloeden te beschermen, werd er reeds in de Middeleeuwen een verflaag op aangebracht.

De bouwheren van de kerk, de Kapittelheren van Sint Servaas, gebruikten een rode kleur als een soort eigendomsmerk voor al hun bezittingen. De verf werd gemaakt van in de mergelgrotten gevonden mergeldelen welke doordrenkt waren met ijzeroer. Na maling en branden ontstond de basis van de verf, een ossenbloedkleurig poeder. Op delen van de Sint Servaaskerk is de originele kleur nog terug te vinden. Bij de laatste restauratie in 2006, werd na een onderzoek door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, de toren opnieuw rood geverfd.

foto's gemaakt door Diana Niewold van www.kerkfotografie.nl.