Thema Avond: Vragen over Levensbeëindiging

[30 januari | 20:00 uur | gratis toegang| aanmelden via Cor Spreeuwenberg: c.spreeuwenberg62@gmail.com]

Hoe staan we tegenover beëindigen van leven?

Wat zou ik willen als ik veel pijn heb of erg benauwd ben en dat niet meer te verlichten is? En wat als ik diep dement word? Of wat als ik het verder leven niet meer zie zitten? Hoe denk ik daar nu over? En wat als het mijn partner, mijn familie of een andere dierbare betreft? Over dit soort existentiële en eigentijdse vragen beleggen we twee avonden. 

  1. Een inhoudelijke plenaire bespreking op 30 januari 2018 over het denken, de praktijk en de wetgeving ten aanzien van levensbeëindiging gedurende laatste 50 jaar door een voordracht en discussie o.l.v. Prof. Dr. Cor Spreeuwenberg, die als arts, onderzoeker en persoon vanaf het begin intensief bij alle drie genoemde aspecten van het onderwerp betrokken is geweest.
  2. Een gesprek in kleine groepen (tot 12 personen) onder leiding van een gespreksleider op 6 februari om ons eigen standpunt in deze moeilijke zaak te kunnen aanscherpen of bepalen

Levensbeëindiging: een lange discussie

In 1651 gaf de Utrechtse dominee Johannes Hoornbeek een boekje uit met als titel ‘Euthanasie, oftewel sterven’. Het ging om het goede sterven, waarmee iets heel anders werd bedoeld dan de interpretatie die wij thans aan de term euthanasie geven. Toch had Francis Bacon eerder al aangegeven te hopen dat de wetenschappen de mogelijkheden van euthanasie zouden scheppen, aangezien de mens niet oprecht van zijn leven zou kunnen genieten als zijn gemoed bezwaard wordt door de kans op een smartelijke dood. Halverwege de jaren dertig van de vorige eeuw ontstonden in Engeland en de Verenigde staten ’euthanasia societies’ om het vrijwillige levenseinde gereguleerd en humaan mogelijk te maken.

In Nederland is de discussie over euthanasie in de zin van Bacon pas na 1969 op gang gekomen. In dat jaar publiceerde Van den Berg zijn ‘Medische macht en medische ethiek’ met een fel betoog tegen het verlengen van lijden door dure en uitzichtloze behandelingen en het laten voortduren van mensonterende situaties. Maar toen was de geest ook goed uit de fles. Aanvankelijk ging het om het beëindigen van leven in onbehandelbare uitzichtloze en ondragelijke situaties. Later kwam daar de discussie over (en de eis van) de wilsuiting bij, een probleem bijvoorbeeld als kinderen en mensen hun wil niet kunnen uiten. In 2001 kwam er wetgeving. Hierdoor kregen mensen het idee dat euthanasie een recht is, hoewel dit  wat niet het geval is.

Ging de discussie aanvankelijk over fysiek lijden in een terminale fase, later kwam daar ook uitzichtloos lijden bij door niet te behandelen psychische ziekten. Inmiddels kampen we met het probleem van dementie waarin vaak voorkomt dat mensen in het verleden hun wil hebben vastgelegd maar op het moment dat het om realisatie daarvan geen sprake meer is van wilsbekwaamheid. Recent is de discussie verscherpt door de voorstellen van D66 en minister Edith Schipper over mensen die hun leven voltooid achten en waarin de levensbeëindiging zou worden overgelaten aan niet-artsen. De vraag is echter of de term ‘voltooid leven’ de lading wel dekt en of, als dat zo is, daarvan alleen boven het 75e levensjaar sprake van kan zijn. Wat zijn de voors en tegens van de huidige voorstellen?

Het bovenstaande vormt voldoende reden als christelijke gemeenschap om het onderwerp ‘beëindigen van leven’ opnieuw aan de orde te stellen. 

Recent Posts

Leave a Comment